Diagnoses ADHD, ASS e.a. bij vrouwen boven de 40
Nee, ik heb geen keiharde cijfers; laat ik daar direct duidelijk over zijn. En ik besef ook dat ik me met dit onderwerp misschien op glad ijs begeef. Maar jeetje… dit is wel iets wat ik steeds vaker tegenkom en waarover ik me verwonder:
De laatste jaren hoor ik in mijn rol als praktijkondersteuner bedrijfsarts steeds vaker dat vrouwen 40+ zich laten diagnosticeren met ADHD, ADD, ASS, hoogbegaafdheid e.a.
En natuurlijk weet ik dat er tegenwoordig veel beter gediagnosticeerd kan worden dan vroeger. Én dat vrouwen vaak andere symptomen laten zien dan mannen, waardoor deze diagnoses nu vaker aan het licht komen.
Toch valt mij iets op.
Veel vrouwen lijken zó hard op zoek naar een verklaring voor klachten als: overprikkeling, slaapproblemen, emotionele disbalans, verminderde energie e.a. Omdat we geloven dat er iets ‘mis’ met ons is. We kunnen het tempo niet meer bijbenen. Ons lichaam en onze mind komen in opstand en tonen dat d.m.v. klachten.
We gaan naar de huisarts, die bloedonderzoek doet en allerlei waarden controleert. We worden vanwege hartkloppingen doorgestuurd naar de cardioloog, daarna misschien nog naar de internist. Medisch gezien bent u gezond, is de boodschap. En toch voelen we ons alles behalve gezond.
Kan het niet zo zijn dat we onszelf simpelweg te lang hebben aangepast? Te lang hebben weggecijferd? Te lang alle ballen hoog hebben willen houden?
Én is het niet toevallig dat veel vrouwen, juist in deze levensfase, tijdens de (peri)menopauze vastlopen? Een fase waarin onze hormoonhuishouding, energie en belastbaarheid sowieso veranderen?
Misschien is er dan niet per se iets ‘mis’ met ons? Misschien komen we simpelweg op een punt waarop we onszelf niet meer staande kunnen houden in een supersnel veranderende, abnormale wereld.
Onze klachten zijn dan misschien gewoon wel heel normale reacties op een abnormale omgeving. De evolutie van ons als mens gaat nu eenmaal veel minder snel dan de technologische en maatschappelijke veranderingen om ons heen.
Gabor Maté verwoordt het treffend: “What we call illness may be adaptation.”
Begrijp me goed: een diagnose kan absoluut helpend zijn. Het kan inzicht geven, erkenning en rust geven omdat je eindelijk woorden hebt voor wat je al zo lang ervaart. Dus nee, ik ben zeker niet tegen diagnosticeren.
Maar in mijn optiek zou de focus daarna vooral moeten liggen op de vraag: hoe nu verder? Tijd om het ‘anders’ te gaan doen. Niet langer koste wat kost alle ballen hooghouden, maar juist minder hard gaan werken en meer hulp vragen. Minder hoge eisen aan jezelf stellen én veel milder worden voor jezelf.
En misschien wel het allerbelangrijkste: weer leren verbinden met je lichaam. Je zenuwstelsel, dat jarenlang op ‘aan’ heeft gestaan, mag opnieuw leren te ontspannen.Dáár mag wat mij betreft de aandacht naartoe, want je bént niet jouw diagnose. Je bent de vrouw die opnieuw leert zelf aan het stuur te staan en door het leven te navigeren.

